WNF: Nederland in top 5 EU-landen met meeste import producten gelinkt aan ontbossing

174Leestijd: 2 minuten
Om soja te verbouwen worden oerwouden en andere natuur in tropische gebieden gekapt. (foto: Reinout Dujardin via Pixabay)

AMSTERDAM – Nederland staat in de top 5 van Europese landen die bijdragen aan ontbossing. In een rapport van het Wereld Natuur Fonds staat dat Duitsland, Italië, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Frankrijk, België en Polen samen verantwoordelijk zijn voor tachtig procent van de ontbossing die wordt veroorzaakt door import van grondstoffen door EU-landen.

Als het gaat om de hoeveelheid tropisch gebied dat ontbost wordt per hoofd van de Europese bevolking, staat Nederland zelfs op de eerste plaats, aldus WNF. Waar de gemiddelde Europeaan in de onderzoeksperiode 2007-2015 verantwoordelijk is voor zo’n 5 vierkante meter ontbossing, is de Nederlander dat voor 18 vierkante meter.

Vooral voor veevoer

Uit het rapport Stepping Up: The continuing impact of EU consumption on nature is op te maken dat soja voor veevoer, palmolie en vlees de grootste impact heeft op oerwouden en andere natuur in tropische gebieden. Meer dan tachtig procent van de soja die naar Europa wordt verscheept, is bestemd voor veevoer. Die soja verklaart volgens Sandra Mulder, grondstoffenexpert bij het Wereld Natuur Fonds, ook de grote ecologische voetafdruk van Nederland bij de ontbossing. Nederland is een belangrijke exporteur van vlees. Voor het Nederlandse vee is veevoer nodig, waarvoor soja geïmporteerd wordt. Om soja te verbouwen worden oerwouden en andere natuur in tropische gebieden gekapt.

Onterecht

De Nederlandse Vereniging Diervoederindustrie, Nevedi, zegt dat veel sojameel via Nederlandse havens wordt doorgevoerd naar andere Europese landen en dus onterecht aan Nederland wordt toegeschreven. “Het gebruik van sojameel voor Nederlands diervoer is met bijna 2 miljoen ton ongeveer 0,005 procent van de wereldproductie”, zegt directeur Henk Flipsen. De EU is als geheel verantwoordelijk voor 16 procent van de ontbossing als gevolg van de import van grondstoffen. Daarmee staat het op de tweede plaats, achter China (24 procent) en voor India (9 procent) en de Verenigde Staten (7 procent). Wel is het aandeel van de EU tussen 2005 en 2017 met zo’n 40 procent teruggebracht, staat in het rapport.

Strengere wetgeving nodig

In veel tropische gebieden is volgens Mulder nog genoeg grond beschikbaar om de landbouw daar uit te breiden. Het gaat om gebieden die al eerder ontbost zijn en nu braak liggen. De Europese Commissie komt waarschijnlijk voor de zomer met een wetsvoorstel. Een petitie voor een wet om wereldwijd bossen te beschermen, is vorig jaar door 1,2 miljoen Europeanen ondertekend. WNF wil dat er een controlesysteem komt voor bedrijven. Die moeten zorgen dat hun producten niet gelieerd kunnen worden aan ontbossing of natuurvernietiging.

Zoeken naar alternatieven

Flipsen benadrukt dat wereldwijde ontbossing en verlies aan biodiversiteit tegen moeten worden gegaan. “Daarom werken we sinds 2006 samen met onder andere het WNF om de diervoedergrondstoffen die ontstaan na het uitpersen van sojabonen en palmvruchten te certificeren volgens een internationaal erkend systeem. Die certificering zorgt ervoor dat in de productielanden strikte voorwaarden worden gesteld aan onder andere de arbeidsomstandigheden en goede landbouwpraktijken, zonder ontbossing.” Het volledig stoppen met de import van soja- of palmproducten ziet Flipsen niet zitten. “De controle en certificering vanuit Europa zou hiermee wegvallen en de soja- en palmbedrijven die al wel hebben geïnvesteerd in de verduurzaming van hun teelten laten we dan in de steek.” Wel wil de diervoederindustrie zoeken naar alternatieve eiwitbronnen in Europa. (bron: nos.nl)