Beroemde houten stoel in de schijnwerpers

Het is wellicht ’s wereld beroemdste houten stoel: de uit beukenhout en triplex vervaardigde lattenstoel van Gerrit Rietveld. Het Centraal Museum in Utrecht viert het 100-jarig bestaan van de stoel met de expositie ‘Rietvelds lattenleunstoel: 10 x verschillend’. “Het 100-jarig jubileum van de lattenstoel is aanleiding om dieper in de herkomst, het materiaal en de techniek van deze stoelen te duiken en zo te kunnen komen tot een nauwkeurige datering”, aldus een woordvoerder.

Het Centraal Museum in Utrect heeft de grootste Rietveld-collectie ter wereld en bezit maar liefst tien van zijn iconische lattenstoelen. Niet eerder werd onderzoek gedaan naar de precieze leeftijd van deze stoelen. “Zijn ze vroeg of juist laat? En welk exemplaar is eigenlijk door wie uitgevoerd? Door Rietveld zelf, door zijn vaste timmerman Gerard van de Groenekan die veel van Rietvelds ontwerpen realiseerde, of door anderen? En wat zegt dat over de originaliteit van het meubel?”

Canon

Deze beukenhouten stoel – waarvan de eerste versie in 1918 werd vervaardigd – is zo bijzonder dat hij in 2006 werd opgenomen in de canon van de Nederlandse geschiedenis. “Hij geldt als het icoon van De Stijl, een Nederlandse avant-garde stroming uit het begin van de twintigste eeuw, genoemd naar het gelijknamige tijdschrift opgericht in 1917 door onder anderen de Nederlandse kunstenaar Theo van Doesburg.”

Het eerste dat opvalt aan de stoel zijn de kleuren. De Stijl propageerde het gebruik van rood, geel en blauw, in combinatie met wit, grijs en zwart, omdat alleen daarmee zuivere, elementaire en harmonische vormen konden ontstaan. “Rietveld sloot zich in 1919 aan bij De Stijl”, aldus de woordvoerder van het Centraal Museum. “Omstreeks die tijd maakte hij de stoel in een ongekleurde versie. Hij wilde een meubel maken dat ‘als het ware vrij in de ruimte stond’. De rug en de zitting zijn twee losse planken die doorlopen voorbij de bevestigingspunten aan het frame.” Ook de latten, verbonden met deuvels, steken voorbij de verbinding uit. Het effect is inderdaad een open ruimtelijke constructie van losse elementen.

Oneindig

In 1923 maakte Rietveld de beroemde gekleurde versie. “Door de rug en de zitting respectievelijk rood en blauw te schilderen benadrukt hij dat dit zelfstandige elementen zijn. Met de gele kleur op de zaagvlakken van de latten suggereert hij dat zij in principe tot in het oneindige door kunnen lopen. Alles bij elkaar versterken deze kleuren het effect van een uit losse onderdelen opgebouwd ruimtelijk geheel.”

Rietveld schilderde de stoel overigens ook in andere kleuren, zoals helemaal wit, helemaal rood en grijs met witte vlakjes, maar in de rood-blauwe kleurstelling is de stoel wereldberoemd geworden. Die populariteit ontstond in de tweede helft van de 20ste eeuw. “Voor die tijd was de stoel internationaal uitsluitend bekend in een kleine kring van avant-gardistische kunstenaars en kunstliefhebbers. Afbeeldingen in kleur bestonden nauwelijks. De stoel werd vooral gewaardeerd om zijn revolutionaire ruimtelijke vorm en gezien als een experiment voor goedkope machinale productie.” Begin jaren ‘50 kwam De Stijl opnieuw in de belangstelling door tentoonstellingen in Amsterdam, Venetië, New York, Rome en diverse andere steden. Rietveld gold als een van de belangrijkste kunstenaars van deze beweging. Zijn werk, vooral het Schröderhuis (dat in het beheer is van het Centraal Museum) en de rood-blauwe stoel, werd op een lijn gesteld met Mondriaans schilderijen.

De expositie ‘Rietvelds lattenleunstoel: 10 x verschillend’ is nog tot en met 29 september te zien in het Centraal Museum in Utrecht.

www.centraalmuseum.nl

DELEN