Wegzetten verduurzaming als opleggen westerse norm is kortzichtig

In de houtkrant van 4 juni jl noemt Maarten Willemen, de nieuwe directeur van stichting Bos en Hout Support, het vertrek van een aantal Greenpeace-kantoren uit FSC ‘een schande’. En ‘een vorm van eigentijds kolonialisme omdat het niet van deze tijd is westerse normen op te leggen aan de rest van de wereld’. Illegale houtkap doet hij af als een praatje van de kunststofindustrie. Ik vraag me af of de heer Willemen zijn achterban met dit soort ronkende beweringen een goede dienst bewijst. Is dit de nieuwe visie van zijn sector? Of een wilde eenmansactie?

Greenpeace is internationaal één van de oprichters geweest van FSC. FSC’s uitgangspunten en model van bestuur zijn achtenswaardig en we zullen daarom, ondanks het beëindigen van het lidmaatschap, in gesprek blijven met FSC internationaal en individuele leden over kwesties rondom verantwoord bosbeheer. Hoewel een aantal van de principes en criteria kaders stelt voor bescherming en behoud van bossen, is de focus van FSC vooral gericht op het zetten van een standaard voor commerciële exploitatie van bossen. Greenpeace is van mening dat FSC verbeteringen moet aanbrengen waardoor grootschalige bescherming van bossen kan worden gewaarborgd. Overigens: de PEFC-standaard geeft niet dezelfde kwaliteitsgaranties als FSC wanneer het gaat om bescherming van biodiversiteit en de rechten van bosbewoners. Dat Willemen FSC en PEFC over een kam scheert als “beide sterke merken” is dus ook nogal kort door de bocht. Maar dat terzijde.

Het werk van professionals die zich wereldwijd inzetten om ketens te verduurzamen wegzetten als ‘het opleggen van westerse normen’ is nogal kortzichtig. Het zijn de consumenten van de houtsector die Willemen vertegenwoordigt die vragen om duurzaam hout. En zeker niet alleen in het Westen, ook in landen als Indonesië en Brazilië bestaat een groeiende beweging van mensen die het tropisch regenwoud wil beschermen. Die beweging heeft er onder meer voor gezorgd dat we op het gebied van illegaal hout al een stap verder zijn dan het vrijblijvende niveau van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Wetgeving maakt het steeds beter mogelijk om illegaliteit aan te pakken. En terecht, want volgens Interpol is tussen de 15 en 30 procent van de mondiale houthandel illegaal met een economische schade die oploopt tot 150 miljard dollar per jaar. Een handel die bovendien zorgt voor grootschalige ontbossing en daarmee klimaatverandering.

Het zou goed zijn als de heer Willemen zijn sector helpt steeds duurzamer te opereren in plaats van de botte bijl te hanteren. In het belang van zijn achterban, de consument en het bos.

Andy Palmen
Campaigner biodiversiteit Greenpeace Nederland

 

DELEN