Duurzaam bosbeheer onder de loep

FSC en PEFC hebben ook oog voor de arbeidsomstandigheden.

RIDDERKERK – Het Convenant Bevorderen Duurzaam Bosbeheer werd anderhalf jaar geleden ondertekend. De partners nodigden dinsdag 27 november belangstellenden uit voor een seminar om de kansen en bedreigingen voor duurzaam bosbeheer op een rij te zetten. Over ruim een jaar gaat het ministerie het convenant evalueren. Dan wordt gekeken of de partners op de goede weg zijn of dat er dwingender maatregelen moeten komen.

De bijeenkomst vond plaats bij Coors Beyond Interiors in Ridderkerk. Diverse sprekers belichtten de stand van zaken rond duurzaam bosbeheer en Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO). In sommige gevallen met cijfers; in andere gevallen met praktijkvoorbeelden.

Dwingende stappen

Als eerste spreker kwam Hannah Tijmes, hoofd IMVO-afdeling van het Ministerie van buitenlandse Zaken aan het woord. Het convenant werd getekend op 22 maart 2017. De aanleiding was de instorting van een textielfabriek in India. Dat opende vooral de overheid de ogen dat er een groot verschil is tussen regelgeving in een land en de daadwerkelijke uitvoering en handhaving. Blindelings vertrouwen op regelgeving is niet langer voldoende. De overheid kwam tot de conclusie dat het bedrijfsleven daar ook een eigen verantwoording in heeft. In dat kader wees zij op de due diligence- afspraken, waarbij partijen zelf risico-analyses moeten maken op gebied van bijvoorbeeld landrechten, ontbossing, kinderarbeid en watervervuiling. Keurmerken zijn belangrijk, maar geen vervanging van de due diligence. Tijmes wees de aanwezigen er op dat eind 2019 een evaluatie van het convenant plaatsvindt. Afhankelijk van de resultaten kijkt de overheid of nadere, lees meer dwingende, stappen moeten worden gezet.

Vervolgens was het woord aan Paul van den Heuvel, hoofd van de stuurgroep van het convenant. Hij wees aan de hand van cijfers op de stappen die Nederlandse bedrijven zetten als het aankomt op de import van duurzaam geproduceerd hout met certificaat. “Maar we hebben niet alles zelf in de hand. Kijk naar politieke ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld in Brazilië, waar de nieuwe president niet veel zorg lijkt te hebben voor goed bosbeheer. Ook de zuigende werking van de internationale markt, waarbij landen als China en India de lat een stuk lager leggen zijn factoren die een rol spelen.” Gemiddeld genomen geldt dat 92 procent van al het geïmporteerde hout in Nederland voorzien is van een FSC- of PEFC-certificaat. Dat is wel een enigszins vertekend beeld, omdat bij naaldhout en plaatmateriaal de import op nagenoeg op 100 procent ligt. De sector doet het goed in vergelijking met omringende landen, maar Van den Heuvel benadrukte nogmaals het streven naar 100 procent duurzaam geproduceerd hout in 2020.

Bewust met hout

De praktijkvoorbeelden deze middag kwamen van gastheer Coors Interieurbouw. Directeur Han Revelman liet zien dat Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) in alle facetten van het bedrijf naar voren komt. Niet alleen wat het gebruik van gecertificeerd hout betreft, maar ook wat betreft de arbeidsomstandigheden voor het eigen personeel (waaronder het in dienst nemen van mensen met een beperking), de scheiding van afval, hergebruik van materialen en energieverbruik van de machines. Zo is het machinepark zoveel mogelijk energiezuinig gemaakt, zorgt de digitalisering van de productie voor minder fouten en dus ook minder houtafval. Bij het realiseren van projecten is Coors expert in BREEAM, WELL, Cradle to Cradle. Revelman benadrukte dat deze investeringen zijn bedrijf geen windeieren hebben gelegd. “We hebben met onze duidelijke stellingname voor wat betreft MVO veel extra werk binnengehaald. Bij het overheden heb je duidelijk een streepje voor. Steeds meer opdrachtgevers kijken naar je inspanning op gebied van MVO. Het gaat al lang niet meer alleen om de scherpe prijs.”

Dwingender

Hoe ver IMVO (Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen) kan gaan liet Niels van den Beucken, financieel directeur bij Arte keukens uit Helmond zien. Dit bedrijf importeert en verwerkt hardstenen keuekenbladen, voornamelijk uit India. Een aantal jaren geleden nam Van den Beucken afscheid van de Italiaanse importeur, waardoor het meer greep kreeg op de eigen rechtstreekse import vanuit India. Sindsdien heeft het bedrijf veel energie geïnvesteerd om de arbeidsomstandigheden ter plekke te verbeteren. Niet alleen voor de arbeiders, maar ook voor hun gezinnen. “Wij zagen bij de import dat we ons niet konden onderscheiden op prijs. Dus ga je het zoeken in andere factoren. We kwamen tot de conclusie dat we ons alleen nog konden onderscheiden op het gebied van IMVO. Vandaar deze stappen. De foto’s en slides die Van den Beucken lieten zien dat het een behoorlijke inspanning vergt. Het bedrijf heeft zelfs de hand in het opzetten van goede onderwijsprogramma’s voor de kinderen met bijbehorende voorlichting en controle op kinderarbeid. Daarbij gaat het zelfs zo ver, dat kinderen die door hun ouders worden thuisgehouden van school om in het huishouden of op het land te helpen, worden bezocht door controleurs en aangespoord om alsnog de lessen te volgen. Wat opviel in het betoog van Van den Beucken is de vraag richting het ministerie om veel dwingender te zijn voor wat betreft regel- en wetgeving, waarbij hij zich rechtstreeks richtte tot Tijmes. “Convenanten zijn een goed begin, maar het mag allemaal wel wat dwingender. Regelgeving is belangrijk, maar minstens zo belangrijk is de handhaving. De vrijwilligheid moet er af.” Voorzitter van de convenantstuurgroep, Paul van den Heuvel, wees aanvullend op het belang van uniformiteit in wetgeving en handhaving binnen Europa. Tijmes wees nogmaals naar het eind van 2019. “We geven de sectoren de kans om het zelf te regelen. Is het eind volgend jaar niet op orde, dan gaan we meer dwingend optreden. Links of rechtsom, alle partijen hebben zich aan de afspraken te houden.”

Moreel kompas

Na de pauze was het woord aan Jaap van de Waarden, senior advisor Landscapes en Species bij het Wereld Natuur Fonds. Hij wees op het belang van goed bosbeheer. Voor de bevolking in de landen waar het tropisch hout vandaan komt is bos een waardevol bezit. Zij zien dat ook niet graag vernietigd worden. Daarom zijn wij ook voorstander van goed beheerde houtconcessies. Bijkomend voordeel van concessies is dat het gebied ook beter wordt bewaakt, en bijvoorbeeld ongewenste zaken als stroperij tegengaat. Helaas zien we weinig groei wat betreft deze concessies. En wat betreft FSC en PEFC zien we ook niet echt veel groei.” Van de Waarden is positief over de ontwikkelingen in Gabon. “Dat land eist dat alle houtconcessies in 2020 FSC-gecertificeerd zijn. Wij hopen dat deze stellingname overslaat naar de buurlanden. Wij zien in ieder geval dat de bewoners zelf wel willen. Ik vind het frappant dat alles langs de economische meetlat wordt gelegd. Is het financieel aantrekkelijk? Terwijl eigenlijk dat moreel kompas veel belangrijker is. Willen we die massale houtkap nog wel?” Uiteraard zag Van der Waarden naast de kansen ook bedreigingen, bijvoorbeeld de vervanging van bos door soya, palmolie en mais.

Architecten

Een ander probleem dan Van de Waarden signaleert is de afnemende belangstelling voor tropisch hardhout vanuit de hoek van architecten. Hij is van mening dat het te maken heeft met het slechte imago van tropisch hardhout. Hij spoorde de aanwezigen aan om het goede verhaal over tropisch hardhout beter uit te venten. ”Het is goed voor het bos als er meer tropisch hardhout wordt geoogst, mits uiteraard op de goede manier. Zo behoudt het bos in alle facetten zijn waarde voor de lokale bevolking. Leg dat verhaal beter uit aan bijvoorbeeld de architect”, zo luidde zijn advies. Uiteraard was deze oproep niet aan dovemansoren gericht. Van den Heuvel nodigde WNF uit om zich aan te sluiten bij het convenant.

Voordelen

De volgende spreker, Paul Wolvekamp, adviseur Both Ends de ongelijkheid in de houthandel. “Er is nog lang geen sprake van een level playing field. De freeriders hebben nog altijd voordeel, simpelweg omdat certificering geld kost. Daarom moeten we de producerende landen en partijen nog beter uitleggen wat certificering hen oplevert. Zij beseffen vaak onvoldoende dat goede zorgvuldige omgang met het hout zorgt dat er minder sprake is van waste. Ook zorgen gecertificeerde partijen voor betere arbeidsomstandigheden en een betere reputatie en toegang tot de markt. Neem bijvoorbeeld het inkoopbeleid van de Nederlandse overheid. Alleen gecertificeerd hout. Maar weten de toeleverende partijen in de producerende landen dat allemaal? Ook betekent goed bosbeheer dat er kansen zijn voor bijvoorbeeld eco-toerisme”, aldus Wolvekamp die er tot slot op wees dat Nederland, als koploper op het gebied van diplomatie meer in gesprek moet met houtimporterende landen zoals India en China, simpelweg om ook deze landen te overtuigen van de belangen van goed bosbeheer op lange termijn.

DELEN