FME ziet toekomst in industrieel bouwen

74Leestijd: < 1 minuut

ZOETERMEER- Industrieel bouwen is dé toekomst voor de bouwsector. Door activiteiten van de bouwplaats te verplaatsen naar een fabrieksomgeving neemt de efficiëntie enorm toe. Dat komt de snelheid van de woningbouw ten goede én het is één van de oplossingen voor het stikstof probleem. Dat zegt ondernemersorganisatie voor de technologische industrie FME in haar actie-agenda voor de Gebouwde Omgeving, die woensdag 29 januari door minister Knops in ontvangst wordt genomen.

De voordelen van prefabricage in een fabrieksomgeving zijn talrijk. Door geautomatiseerde processen in lijnproductie en het gebruik van robots zullen bouwprocessen veel sneller gaan. “Een muurtje metselen wordt in de toekomst niet meer op de bouwplaats steentje voor steentje gedaan, maar in de fabriek door middel van 3D printing”, zegt FME voorzitter Ineke Dezentjé. “Bovendien worden er door automatisering veel minder fouten gemaakt en zullen de faalkosten omlaag gaan.”
Het bouwen in een fabriekshal is bovendien niet afhankelijk van weersomstandigheden, waardoor de kans op vertraging veel kleiner wordt. En de fabrieken liggen niet in de buurt van natuurgebieden, wat het stikstofprobleem ten goede komt.

Uitdagingen

De Nederlandse gebouwde omgeving staat voor flink wat uitdagingen de komende jaren, zoals de verduurzaming van de woningvoorraad en het oplossen van de krapte op de woningmarkt. Uitdagingen waar technologie bij kan helpen. Het conventionele bouwproces is op dit moment niet opgewassen tegen de enorme bouwopgave voor de komende jaren. Tot 2025 moeten er zo’n 700.000 nieuwe woningen worden gebouwd en vanaf 2020 moeten daarnaast nog eens 200.000 huizen per jaar worden verduurzaamd om de klimaatdoelen van het kabinet te halen. De Rijksoverheid zou als grote aanbesteder steeds de mogelijkheden van industrieel bouwen moeten bekijken.