CBM streeft naar continuïteit
vrijdag, 13 januari 2012 15:35
HAARLEM – Continuïteit. Dat was het sleutelwoord in de jaarrede van de voorzitter van de Centrale Bond van Meubelfabrikanten (CBM) Henny Groeneweg. De vooruitzichten zijn niet goed, zo constateerde Groeneweg. Maar moeilijke tijden hebben ook hun voordelen. Zo worden ondernemers gedwongen om na te denken over de toekomst en op zoek te gaan naar kansen. Groeneweg legde zijn toehoorders tijdens de jaarvergadering op 8 december dan ook een groot aantal vragen voor. 

“Afgaande op de conjunctuurenquête halverwege dit jaar zijn we niet verder teruggevallen, maar echt herstel is ook niet zichtbaar. De interieurbouw kwam er nog het beste uit met een omzetplus halverwege dit jaar van 6,5 procent. Toeleveranciers kenden een stijging van 2 procent en de woonmeubelfabrikanten zagen de omzet dalen met ruim 1 procent.”

De werkgelegenheidsontwikkeling in de drie sectoren was 0. Die cijfers moeten worden gecorrigeerd voor inflatie en faillissementen. Dat betekent dat er hoogstens gesproken kan worden van een stabilisatie over de eerste helft van dat jaar. Groeneweg verwacht niet dat het er in de tweede helft van het jaar beter op is geworden. “Integendeel. Het consumentenvertrouwen is verder gezakt en er is een toenemende onrust op het monetaire vlak. Die onrust heeft inmiddels onze landsgrenzen bereikt.”

Tegen die achtergrond was en blijft het centrale thema van de CBM, volgens Groeneweg ‘continuïteit’. “Als sector streven we naar behoud van onze mooie branche, waar zo’n 17.000 werknemers met liefde voor hun vak werken. Behoud van een branche waar innovatie voorop staat. Behoud van een branche die zijn weg weet te vinden in de snel veranderende wereld van internet.” Ook duurzaamheid is een thema dat volgens Groeneweg met beide handen aangepakt moet worden. “We zien dat duurzaam denken steeds meer ingeburgerd raakt, maar waar we nog wel eens te bescheiden zijn om onze activiteiten op dat vlak uit te dragen.”

Aan het eind van zijn jaarrede legde Groeneweg zijn leden een groot aantal vragen voor. De tijd van achteroverleunen en wachten op de vragen van de klant is volgens hem voorgoed voorbij. “We zullen ons zelf vragen moeten stellen en nieuwe initiatieven moeten ontwikkelen. Zijn we voldoende pro-actief? Of laten we de ontwikkeling maar op ons afkomen? Moeten we niet meer vraagscheppend gaan werken? In plaats van afwachten wat de klant wil. Wie is onze klant; wat zijn de ontwikkelingen in de markten waarop we opereren?
Welke kansen bieden de sociale media? Hebben wij de mogelijkheden van export voldoende onderzocht? Het lijkt nu nog voor velen een randverschijnsel, maar over enkele jaren staat het centraal in ons zakendoen.”